Wie wordt wijzer van bijsparen naast een DC-regeling: de werkgever of de werknemer?

Per 1 januari 2018 is de pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 68 jaar. Doordat werknemers langer pensioen opbouwen, is het bedrag dat fiscaal maximaal mag worden opgebouwd binnen de beschikbare premieregelingen – DC-regelingen – teruggebracht. Toch zijn de premiepercentages binnen deze pensioenregelingen hetzelfde gebleven. Hoe dat kan? De wetgeving biedt de mogelijkheid de oude staffels te blijven gebruiken mits deze worden getoetst aan staffels met een rekenrente van 3% of lager die fiscaal passend zijn. Dit noemen we de ‘marktrentestaffels’. De voorwaarde is echter wel dat op bepaalde momenten wordt getoetst of de pensioenopbouw niet hoger is dan fiscaal toegestaan.

Meer ruimte om vrijwillig bij te sparen

Wanneer uw pensioenregeling ruimte biedt voor medewerkers om zelf bij te sparen, dan is door de huidige ontwikkelingen een hogere inleg mogelijk. Maar let op, hierdoor wordt ook de kans groter dat bij toetsing sprake is van fiscaal bovenmatige pensioenopbouw.

Maar wat als het gespaarde pensioen fiscaal bovenmatig is?

Tot voor kort verviel het bovenmatige pensioen standaard aan de verzekeraar of pensioenuitvoerder. Dit vond men niet rechtvaardig en daarom is per 1 januari 2018 de wetgeving op dit punt aangepast. Het bovenmatige deel van de pensioenopbouw mag nu vervallen aan de werkgever. Zonder duidelijke afspraken tussen werkgever en werknemer wordt dit verrekend via een korting op de pensioenpremie. Voor sommige werkgevers leidt dit tot boekhoudkundige problemen vanuit IFRS-regelgeving. Maar vooral: is het eerlijk dat zelf gespaard geld door medewerkers bij bovenmatigheid terugvloeit naar de werkgever?

Surplus dan doorstorten naar individuele werknemer?

In Vraag en Antwoord 18-005 d.d. 4 januari 2019 heeft de Belastingdienst aangegeven dat het niet is toegestaan om een door de werkgever van de verzekeraar te ontvangen surplus aan pensioenkapitaal op enigerlei wijze ten goede te laten komen aan de (nabestaanden van de) werknemer. Er is dan volgens de Belastingdienst sprake van het door de werkgever toekennen van extra pensioen bovenop het reeds fiscaal maximale pensioen en/of van een fiscaal niet toelaatbare vorm van restbegunstiging. Het gevolg kan zijn dat de pensioenregeling direct volledig in de belastingheffing wordt betrokken en er revisierente in rekening kan worden gebracht.

Dit kunt u als werkgever doen

Informeer uw werknemers goed over de voor- en nadelen van bijsparen binnen de DC-regeling en wat de kans is op (en de gevolgen van) fiscaal bovenmatig pensioenopbouw. De werknemer kan zo een weloverwogen beslissing maken of hij kiest voor bijsparen binnen het werknemerspensioen of dat hij zelf zijn pensioen aanvult door middel van bijvoorbeeld een lijfrente of het verzilveren van de overwaarde van de woning.

Wilt u hierover meer weten? Neem gerust contact op met René van Dongen via rene.van.dongen@montae.nl of 06 21 19 21 78.

Scroll to top icoontje