[searchandfilter id="190" show="results"]

Pensioenbegrippen A B C …

Staat het pensioenbegrip waar u naar op zoek bent er niet tussen? Of wenst u meer uitleg bij een bepaalde omschrijving? Neem dan gerust contact met ons op. Wij leggen het u graag uit!

Algemeen pensioenfonds (APF)
Een fonds dat één of meerdere pensioenregelingen uitvoert met een afgescheiden vermogen per collectiviteitskring. Het APF staat open voor ondernemingen die hun pensioenregeling(en) nu hebben ondergebracht bij ondernemingspensioenfondsen, niet-verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen, verplichte beroepspensioenregelingen en verzekeraars.

Algemene Ouderdomswet (AOW)
Basisvoorziening wordt door iedere Nederlands ingezetene opgebouwd. De AOW is een inkomensafhankelijke uitkering waarbij iemand die in Nederland woont of werkt vanaf de 15-jarige leeftijd automatisch verzekerd is. Ieder jaar wordt 2% AOW-pensioen opgebouwd waarbij er na 50 jaar een volledig AOW-pensioen is opgebouwd.

ANW
Op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW) hebben nabestaanden (partner en kinderen) recht op een ANW-uitkering. De maximale ANW-uitkering bedraagt voor 2018 € 15.166,20 incl. vakantiegeld. De ANW-uitkering is inkomensafhankelijk en er gelden voorwaarden (de nabestaande zorgt voor een kind dat jonger is dan 18 jaar of is minimaal 45% arbeidsongeschikt). Als allebei de ouders zijn overleden, hebben kinderen recht op een wezenuitkering. De laatst overleden ouder moet dan wel verzekerd zijn geweest voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW) toen hij of zij overleed. De uitkering stopt op het moment dat een wees 16 jaar wordt. Soms kan de uitkering worden verlengd.

ANW-hiaat
Het ANW-hiaat is het verschil tussen de (inmiddels vervallen) Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) en de huidige Algemene Nabestaandenwet (ANW). Dit bedrag is in veel regelingen het uitgangspunt voor het nabestaandenoverbruggingspensioen (ANW-hiaat verzekering). De uitkering mag niet hoger zijn dan 8/7 maal de nominale uitkering uit de Algemene Nabestaandenwet, vermeerderd met vakantietoeslag. Het nabestaandenoverbruggingspensioen gaat in na overlijden van een deelnemer tot aan de AOW-leeftijd van de partner.

AOW-leeftijd
Op basis van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd wordt vanaf 2013 jaarlijks een verhoging van de AOW-leeftijd doorgevoerd tot 67 jaar en 3 maanden in 2022. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd afhankelijk van de ontwikkeling van de levensverwachting.

Arbeidsongeschiktheidspensioen
Een periodieke uitkering wegen arbeidsongeschiktheid van de werknemer of gewezen werknemer waarop recht bestaat na afloop van de verplichte loondoorbetaling bij ziekte.

Bedrijfstakpensioenfonds (BPF)
Pensioenfondsen die verplicht zijn gesteld op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Een werkgever in die bedrijfstak kan niet zelf beslissen over het sluiten van een pensioenovereenkomst met zijn werknemers. De werkgever is wettelijk verplicht om de werknemers te laten deelnemen in de pensioenregeling van het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds.

Beroepspensioenregeling
Een regeling voor vrije beroepsbeoefenaars of het pensioenfonds voor notarissen. Vaak verplicht gesteld vanuit de Wet verplicht beroepspensioenregeling (WvB) of de Wet op het notarisambt.

Beschikbare premieregeling
Ook wel Defined Contribution (DC-regeling) . Deze regelingen hebben als kenmerk dat de hoogte van het uiteindelijke pensioen niet vaststaat en pas op de pensioendatum wordt bepaald. De werkgever stelt jaarlijks een bepaald percentage van het salaris beschikbaar als premie voor de pensioenopbouw. De pensioenuitvoerder belegd deze premie tijdens de werkzame periode. De premie wordt meestal belegd volgens het life-cycle principe. De uiteindelijke  hoogte van het pensioen wordt bepaald door het rendement tót de pensioendatum en de rentestand en  levensverwachting óp de pensioendatum. Met het opgebouwd kapitaal kan de werknemer op pensioendatum een ouderdoms- en nabestaandenpensioen aankopen.

Bijzonder partnerpensioen
Indien de partnerrelatie eindigt door scheiding, verkrijgt de ex-partner van de deelnemer aanspraak op (een deel van) het partnerpensioen. Hierbij gelden er wettelijke regels. Bij huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant kunnen partijen een andere verdeling overeenkomen.

Bijspaarruimte
Soms is het mogelijk om binnen de bestaande pensioenregeling van de werkgever een bijspaarregeling vast te leggen. De werknemer bouwt dan binnen fiscale grenzen (dat wil zeggen als de pensioenregeling niet fiscaal maximaal is) voor eigen rekening nog extra pensioen op.

CDC-regeling
Een collectieve Defined Contribution-regeling waarbij de werkgever een vaste premie betaald en de beleggings- en actuariële risico’s door het collectief van de deelnemers gedragen worden.  

Conversie
I.v.m. scheiding in plaats van verevening kiezen gescheiden partners voor conversie. Dit verzoek dient binnen twee jaar na echtscheiding bij de pensioenuitvoerder te zijn ingediend. Na conversie ontstaat voor de ex-partner een geheel eigen recht op het pensioen. Hierdoor zijn ex-partners niet meer afhankelijk van elkaars pensioendatum.

DB-regeling staat voor Defined Benefit. Zie begrip “Salaris-diensttijd regeling”.

DC-regeling staat voor Defined Contribution. Zie begrip “Beschikbare premieregeling”.

Dekkingstekort
Hiervan is sprake in een situatie van onderdekking, wanneer een fonds minder eigen vermogen heeft dan het minimaal vereist vermogen. Het is voor de deelnemers belangrijk dat dit tijdig wordt hersteld. In een situatie van onderdekking kan namelijk niet worden geïndexeerd.

Dienstjaren
De jaren waarin een werknemer een dienstbetrekking heeft met een werkgever die meetellen bij het berekenen van de pensioenaanspraken van een werknemer.

Directe inkoop pensioen
Mogelijkheid bij een beschikbaar premieregeling waarbij de deelnemer (een deel van) het spaarkapitaal voor de pensioendatum (direct) omzet in een vaste pensioenaanspraak.

Doorbeleggen
Bij een beschikbare premieregeling bouw je een pensioenkapitaal op. Met dat kapitaal “koop” je op de pensioendatum een (vaste) pensioenuitkering aan. Die uitkering wordt berekend op basis van de “marktrente”. Sinds 2016 mag je een uitkering aankopen gebaseerd op het verwachte rendement. Dit kan omdat het pensioenkapitaal deels wordt doorbelegd. Op basis van de huidige marktsituatie (2018, lage marktrente) levert een uitkering gebaseerd op een verwacht rendement een hogere uitkering op. Maar let op: de uitkering kan hoger of lager zijn, als het daadwerkelijke rendement hoger/lager is.

Doorsneepremie
Een financieringssystematiek waarmee een werkgever pensioen op kan  bouwen voor de werknemers. Deze methode is vaak van toepassing bij een BPF. Bij een doorsneepremie wordt het totaal aan individuele pensioenlasten uitgedrukt in een percentage van de totale loonsom of som van alle pensioengrondslagen. Hierbij is de premie voor alle deelnemers gelijk, ongeacht de leeftijd.

Eindloonregeling
Een regeling waarbij de hoogte van het pensioen is gekoppeld aan het laatstverdiende salaris voorafgaand aan de pensioendatum. Bepalend voor de hoogte van het uiteindelijke pensioen zijn het laatstverdiende loon, het aantal dienstjaren en het opbouwpercentage.

Financieel toetsingskader (FTK)
Een beleidskader waarmee De Nederlandse Bank (DNB) toezicht houdt op de Nederlandse pensioenfondsen. Het doel is om meer transparantie te bereiken door de financiële kerngegevens van de pensioenfondsen beter vergelijkbaar te maken. Hierbij wordt gestreefd naar een gezonde financiële positie van de pensioenfondsen.

Franchise of AOW-franchise
Pensioen is een aanvulling op de AOW. Om die reden heeft de overheid bepaald dat je rekening moet houden met de AOW. Dat gebeurt door het hanteren van een AOW-franchise. Over het bedrag van de AOW franchise wordt geen pensioen opgebouwd.  De AOW-franchise wordt vastgesteld in het overleg tussen werkgever en werknemers (cao overleg of overleg werkgever – ondernemingsraad). N.B. kijk wat voor soort pensioenregeling u heeft. Vanaf 2015 zijn er nml. verschillende  minimum franchises voor eindloon- resp. middelloon/beschikbare premieregelingen. De bedragen van de franchises worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de AOW. Zie voor de actuele informatie de pensioendata op deze website.

Gewezen deelnemer
Eeen deelnemer die niet meer actief deelneemt aan een pensioenregeling maar nog niet gepensioneerd is. Voor de pensioenaanspraken van de deelnemer wordt geen premie meer ingelegd (premievrije aanspraken). Een gewezen deelnemer wordt ook wel “slaper” genoemd.

Indexatie
Toeslagverlening van de pensioenopbouw om deze mee te laten groeien met de inflatie. Indexatie kan voorwaardelijk of onvoorwaardelijk en kan van toepassing zijn op de groep actieven, inactieven en/of gepensioneerden.

Koopkrachtbehoud
De mate waarin pensioen meegroeit met de inflatie. Het behoud kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op de loonindex, de prijsindex of op een vast percentage.

Kapitaalovereenkomst
Zie begrip “Salaris-diensttijdregeling”.

Kostendekkende pensioenpremie
Pensioenfondsen zijn verplicht een kostendekkende premie te berekenen omdat ze genoeg inkomsten nodig hebben om de pensioenen uit te kunnen betalen. Hoe de kostendekkende pensioenpremie moet worden bepaald is wettelijke bepaald.

Lifecycles
Wijze van beleggen volgens een life cycle betekent dat de beleggingen automatisch aanpassen naarmate de pensioendatum van de deelnemer dichterbij komt. Het beleggingsrisico wordt afgebouwd doordat er minder in zakelijke waarden (aandelen, vastgoed) wordt belegd en meer in vastrentende waarden (obligaties). Soms is een eigen beleggingskeuze (opting out) mogelijk.

Middelloonregeling
Een regeling waarbij de hoogte van het pensioen is gekoppeld aan het gemiddelde salaris. Een salariswijziging komt alleen in de toekomstige pensioenopbouw tot uiting. Bepalend voor de hoogte van het uiteindelijke pensioen zijn het gemiddeld verdiende loon, het aantal dienstjaren en het opbouwpercentage.

Nabestaandenpensioen
Een pensioen dat doorgaans levenslang wordt uitgekeerd aan de partner en/of kinderen van de deelnemer aan een pensioenregeling. Wordt vaak gebruikt als verzamelnaam voor partner- en wezenpensioen.

Ouderdomspensioen
Het pensioen dat bestemt is als bron van een levenslange inkomsten na pensionering van een werknemer.

Partnerpensioen
Pensioen dat na het overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling tot het bereiken van een bepaalde leeftijd wordt uitgekeerd aan de partner van de betrokken deelnemer.

Pensioen
Eén van de belangrijkste arbeidsvoorwaarden die door een werkgever aan een werknemer kan worden toegezegd. Pensioen kan voorzien in een inkomen gedurende de periode dat een werknemer niet langer aan het arbeidsproces kan deelnemen door ouderdom, arbeidsongeschiktheid  of overlijden.

Pensioenbreuk
Een tekort aan opgebouwd pensioen ten opzichte van het pensioen dat maximaal opgebouwd had kunnen worden.

Pensioengevend salaris
Het salaris dat meetelt voor de berekening van de pensioenaanspraken. Vaak 12 maal het vaste maandsalaris vermeerderd met 8% vakantiegeld. Maar er kunnen ook andere looncomponenten (bijvoorbeeld een dertiende maand, winstuitkering, bonus, onregelmatigheidstoeslagen) tot het pensioengevend salaris behoren. Bij pensioenregelingen gebaseerd op middelloon mogen in tegenstelling tot pensioenregelingen gebaseerd op eindloon variabele loonbestanddelen tot het pensioengevend salaris gerekend worden.

Pensioeningangsdatum
Het moment dat een deelnemer daadwerkelijk met pensioen gaat.

Pensioengrondslag
Het bedrag dat het uitgangspunt vormt voor de berekening van de pensioenaanspraken. Vaak gelijk aan het pensioengevend salaris minus de franchise.

Pensioenreglement
Een juridisch document tussen de pensioenuitvoerder en de werknemer waarin de inhoud, rechten en plichten van de pensioenregeling staan omschreven

Pensioenovereenkomst
Een juridisch document tussen werkgever en werknemer waarin de toezegging van de pensioenregeling is vastgelegd.

Pensioenverevening
Wettelijke verdeling van de pensioenrechten bij scheiding. De Wettelijke regels zijn vastgelegd in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS).

Premievrijstelling
Vrijstelling van premiebetaling voor de pensioenopbouw en risicopremies indien een deelnemer aan de pensioenregeling arbeidsongeschikt is.

Premiepensioeninstelling (PPI) sinds 2011 een nieuwe pensioenuitvoerder voor zuiver beschikbare premieregelingen. De PPI mag de regeling alleen uitvoeren in de opbouwfase en zonder verzekeringstechnische risico’s

Reservetekort
Hiervan is sprake als het aanwezige eigen vermogen van een pensioenfonds kleiner is dan het vereist eigen vermogen, maar groter is dan het minimaal vereist eigen vermogen. Bij een reserve tekort dient de financiële positie van het fonds binnen maximaal vijftien jaar hersteld te worden met behulp van een herstelplan.

Salaris- diensttijdregeling
Een regeling die zich kenmerkt doordat het pensioen direct gekoppelde aan het salaris en de diensttijd die een werknemer bij een werkgever doorbrengt. Het op te bouwen nominale pensioen wordt toegezegd. Dit kan op basis van eindloon of middelloon. Zie ook de begrippen “Eindloonregeling” en “Middelloonregeling”.

Slaper
Zie ‘gewezen deelnemer’.

Toeslagverlening
Een verhoging van het recht op 1. de aanspraken van actieve deelnemers (groep actieven) 2. een nog niet ingegane pensioenuitkering (groep gewezen deelnemers) of  3. een ingegane pensioenuitkering (groep pensioengerechtigden). Zie ook begrip “Indexatie”.

Uitruil
Het recht voor een deelnemer om (een deel) van het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen of om (een deel) van het opgebouwde ouderdomspensioen om te zetten in een hoger partnerpensioen.

Uitvoeringsovereenkomst
Een juridisch document tussen de pensioenuitvoerder en werkgever waarin de uitvoering van de pensioenregeling(en) beschreven staat.

Uniform Pensioen Overzicht (UPO)
Een jaarlijkse opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken welke een pensioenuitvoerder jaarlijks aan de actieve deelnemer verstrekt. Aan een gewezen deelnemer wordt dit overzicht eens in de vijf jaar verstrekt.

Waardeoverdracht
Het overdragen van de waarde van de pensioenaanspraken of -rechten die opgebouwd zijn bij een pensioenuitvoerder naar een andere pensioenuitvoerder.

Waardevast
De pensioenen worden aangepast aan de ontwikkeling van de prijzen.

Welvaartsvast
De pensioenen worden aangepast aan de ontwikkeling van de lonen.

Wezenpensioen
Pensioen dat na het overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling tot het bereiken van een bepaalde leeftijd wordt uitgekeerd aan de kinderen van de betrokken deelnemer.

WGA-hiaat
Een WGA-hiaatverzekering vult het inkomen van een werknemer aan bij gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid. Als een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer onvoldoende kan werken, ontvangt hij een WGA-vervolguitkering van het UWV. De WGA hiaatverzekering zorgt voor een aanvulling hierop.

WIA-excedent
Een WIA-excedentverzekering vult het inkomen van een werknemer aan tot een vast percentage van zijn salaris. Deze verzekering is bedoeld voor medewerkers met een inkomen boven de wia-loongrens (2018: € 54.617).