Koolmees gaat in op Kamervragen over armoede bij gepensioneerden met een lager inkomen

In zijn brief van 16 augustus 2019 gaat minister Koolmees in op de Kamervragen van het lid Van Brenk (50PLUS) over “gepensioneerden met een lager inkomen die arm zijn of moeilijk rond kunnen komen”.

Volgens Koolmees is het inkomen van AOW-gerechtigden zonder aanvullend pensioen gemiddeld genomen hoog genoeg om de minimaal noodzakelijke uitgaven te kunnen doen, waarbij ook ruimte is voor reserveringsuitgaven en sociale participatie. Koolmees benadrukt dat veruit de meeste (9 op 10) huishoudens met een AOW-gerechtigde hoofdkostwinnaar aanvullend pensioen ontvangt. Ook geeft hij aan dat in de toekomst meer mensen aanvullend pensioen ontvangen door de toenemende arbeidsparticipatie en dat door het stijgende opleidingsniveau meer aanvullend pensioen wordt opgebouwd.

Koolmees erkent dat er ook gevallen denkbaar zijn waarbij AOW’ers met hogere kosten worden geconfronteerd. Hij wijst erop dat gemeenten in specifieke gevallen aanvullende inkomensondersteuning kunnen bieden vanuit het minimabeleid.

Ook gaat Koolmees in zijn brief in op de vraag of het “AOW-gat”, dat mede oorzaak is van financiële krapte bij gepensioneerden, gerepareerd wordt. De minister wijst in dit kader op de AOW-overbruggingsregeling voor mensen die door de (versnelde) verhoging van de AOW-leeftijd worden geconfronteerd met een tijdelijk lager inkomen (AOW-gat), omdat hun VUT of prepensioen voor de AOW-leeftijd stopt. Verder wijst hij op de temporisering van de AOW-leeftijdsverhoging tot en met 2024 en de gewijzigde koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting per 2025. Beide maatregelen zorgen er volgens de minister voor dat mensen eerder AOW-gerechtigd worden en er minder sprake is van een AOW-gat.

Bron: Rijksoverheid

Scroll to top icoontje