[searchandfilter id="190" show="results"]

Voorzitter pensioencommissie FrieslandCampina Jan Bodde:
“De grootste uitdaging is te behouden wat we nu hebben”

“We moeten de jongere generatie bewust zien te maken van wat een belangrijke arbeidsvoorwaarde pensioen is. Jongeren zijn daar niet zo mee bezig. Van mijn kinderen, die nu twintigers en dertigers zijn, hoor ik soms: tegen de tijd dat wij pensioen krijgen, zijn we straks 75.”

Jan Bodde is voorzitter van de pensioencommissie van FrieslandCampina. In 1985 begon hij, zoals hij het zelf omschrijft, onderaan de ladder bij het bedrijf. Hij doorliep alle functies die er op een productielocatie zijn. Dat komt hem nu goed van pas in zijn huidige functie als continuous improvement expert. Hij kijkt voor alle afdelingen hoe het werk slimmer en beter kan. In de loop der jaren zijn er door steeds verdergaande automatisering veel arbeidsplaatsen verloren gegaan. Soms komen er ook arbeidsplaatsen bij, bijvoorbeeld bij transport en warehousing. Momenteel zijn er ongeveer 5.500 medewerkers in Nederland. Wereldwijd werken er bijna 22.000 bij FrieslandCampina. Daarmee behoort het tot de zes grootste zuivelbedrijven ter wereld.

Geen 70 tot 80 uur meer werken
Naast zijn dagelijks werk is Jan vele jaren kaderlid geweest van de vakbond en 13 jaar lang was hij voorzitter van de centrale ondernemingsraad. “Daar ben ik 2009 mee gestopt omdat ik gezondheidsklachten kreeg”, zegt Jan. “Als je ouder wordt, kun je geen 70 tot 80 uur in de week meer werken. Wel bleef ik voorzitter van de pensioencommissie. Ik heb pensioen altijd een belangrijke arbeidsvoorwaarde gevonden en heb me daar al op jongere leeftijd in verdiept. Gaandeweg werd er steeds meer gezegd: Jan pakt die kar wel.”
Inmiddels kruipt het bloed toch weer waar het niet gaan kan, want Jan is sinds vorig jaar voorzitter van de ondernemingsraadcommissie van de locatie Beilen, waar hij werkt. Ook heeft hij zitting in het belanghebbendenorgaan van het in 2015 opgerichte bedrijfstakpensioenfonds voor de Zuivel.

Verschillend pensioenverleden
“FrieslandCampina is een bedrijf dat door verschillende fusies is totstandgekomen”, zegt Jan. “De bedrijven hadden allemaal een pensioenregeling in het kader van de cao Zuivel, maar die hadden ze op een verschillende manier ingericht. Campina had een eigen bedrijfstakpensioenfonds dat bij de fusie is losgekoppeld. Ik kom zelf van Friesland Foods, dat een verzekerde regeling had bij Avero. Ik weet nu al dat als ik straks met pensioen ga, ik indexatie zal krijgen, terwijl de gepensioneerden bij Campina al jaren geen indexatie hebben gehad. Er zit dus een behoorlijk verschil in de al opgebouwde rechten die zijn achtergebleven bij de oude uitvoerders. Vanaf 1 januari 2015 bouwen we allemaal pensioen op in het nieuwe bedrijfstakpensioenfonds voor de Zuivel. We hebben een CDC-regeling met een vaste premie van 17,1% die grotendeels door de werkgever wordt betaald. Het opbouwpercentage was 1,55%, maar dat wordt nu iets verhoogd naar 1,65%.”

Opleidingsplan
Jan vertelt dat bij de fusie en de totstandkoming van het nieuwe bedrijfstakpensioenfonds Joop Rietmulder is ingeschakeld als adviseur. “Joop heeft een samenwerking met Montae en zo zijn we bij Montae uitgekomen. Nu heeft Henry van Eck die taak van Joop overgenomen. Hij staat de pensioencommissie bij en is bij onze vergaderingen aanwezig. Henry vervult zijn rol prima. We zijn nu bezig met een opleidingsplan om te zorgen dat er straks mensen zijn die het werk kunnen overnemen. Ik ben nu 59 en wil graag stoppen met werken op mijn 62ste. Ik heb heel lang en hard gewerkt. Er komen nu andere prioriteiten zoals samen met mijn vrouw leuke dingen ondernemen en meer tijd besteden aan onze vijf kleinkinderen. Bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de Zuivel ben ik bezig aan mijn laatste termijn. Ach Jan, dat duurt nog drie jaar, hoor ik weleens. Maar die drie jaar zijn zo om.”

Zoeken naar opvolgers
“Onze grootste uitdaging is te behouden wat we nu hebben en te herstellen wat de overheid ons allemaal aandoet met nieuwe regelgeving”, zegt Jan. “Ik begrijp best dat het allemaal betaalbaar moet blijven, maar het is er belangrijk dat er mensen met voldoende kennis van zaken zijn die waken over de belangen van de medewerkers. Het is tegenwoordig moeilijk om daar mensen voor te vinden. Je ziet het ook bij de vakbonden. Vroeger zaten er vakbondsbestuurders in de pensioenbesturen en commissies. Die trekken zich steeds meer terug. Daarom is het belangrijk dat er goede kaderleden komen die hun taken kunnen opvangen. Iedereen heeft het tegenwoordig heel druk en is niet zomaar bereid veel tijd te stoppen in een pensioencommissie of belanghebbendenorgaan. Wij zijn nu bezig om op een gestructureerde manier opvolgers te vinden en op te leiden.”